Artikel smaak en reuk verandering bij kankerBij 55-75% van de patiënten met kanker komen smaak- en reukveranderingen voor. De sensatie van een aangename smaak en reuk vervalt en daardoor het plezier in eten. Deze veranderingen kunnen een tijdelijk karakter hebben, maar ook lang voortduren en soms permanent zijn.

Smaak- en reukveranderingen en aversie tegen bepaald voedsel ontstaan als gevolg van:

  • de aanwezigheid van de tumor,
  • inflammatie en metabole ontregeling,
  • chemotherapie (vooral cisplatinum, carboplatine, cyclofosfamide, methotrexaat, 5 FU en doxorubicine),
  • radiotherapie in het hoofd-halsgebied,
  • koorts,
  • droge mond, want speeksel is nodig voor een goede smaak,
  • mondproblemen, infecties in de mondholte,
  • dehydratie (uitdroging),
  • medicatie.

Door smaak- en reukstoornissen ervaart de patiënt de dagelijkse maaltijden vaak als frustrerend en teleurstellend. De smaakbeleving verandert doordat de smaakdrempels voor zoet, zuur, zout en bitter zowel verhoogd als verlaagd kunnen zijn. Hierdoor wordt voedsel heel anders geproefd of smaakt het niet meer. De verwachting van smaak komt niet overeen met de ervaring. Dit levert veel frustratie op. Dat is lastig voor de patiënt, maar zeker ook voor zijn naasten.
Als de slijmvliezen niet gevoelig zijn, kunnen producten met een uitgesproken of sterke smaak een goede keus zijn om een aangename smaaksensatie te realiseren. Bij gevoelige slijmvliezen zijn juist zachte smaken aangewezen.

Aandachtspunten:

  • Ga na wat de ernst van de smaak- en geurverandering is.
  • Ga na wat de oorzaak is van de smaak- en geurverandering.
  • Leg uit dat aversie, smaak- en reukveranderingen door ziekte en/of behandelingen worden veroorzaakt en dat ze moeilijk te bestrijden zijn wanneer de oorzaak niet kan worden weggenomen.
  • Leg naasten uit dat op de vraag om aan te geven wat lekker is, de patiënt geen betrouwbaar antwoord kan geven en dat dit kan wisselen per moment. Zo kan het zijn dat de naaste op verzoek van de patiënt iets klaarmaakt wat de patiënt na de eerste hap niet meer lust.
  • Suggereer geen valse hoop en adviseer om ‘met verstand’ te eten (‘Eten is nodig om in leven te blijven, lekker is niet altijd mogelijk’), of het drinken van drinkvoeding meer als medicijn te zien. Het blijven hopen op iets lekkers levert doorgaans teleurstelling op.
  • Leg uit dat deze problemen na de behandeling nog enige tijd kunnen aanhouden, per periode sterk kunnen wisselen en soms niet helemaal of helemaal niet verdwijnen.
  • Wijs op het belang van een goede mondverzorging en verwijs door naar tandarts of mondhygiënist.
  • Als smaak- en geurverandering tot gewichtsverlies leidt, verwijs dan door naar de diëtist.
  • Bespreek met de patiënt deze voedingstips en geef ze eventueel mee. De voedingstips kunt u hier vinden: http://www.voedingenkankerinfo.nl/voedingstips-bij-smaak-en-reukverandering/.