Voeding en kanker vermoeidheidVermoeidheid bij kanker wijkt duidelijk af van de vermoeidheid die gezonde personen ervaren na fysieke of mentale inspanning. Vermoeidheid bij kanker is heviger en intenser, kan iemand plotseling overvallen, is niet evenredig gerelateerd aan geleverde inspanning en wordt slechts gedeeltelijk of helemaal niet beïnvloed door rust of slapen. De oorzaken die leiden tot een slechte voedingstoestand of verlies van spiermassa en spierkracht kunnen, afhankelijk van ziektestadium en prognose, soms worden aangepakt. Inmiddels is de waarde van beweging en intensieve training als bijdrage voor bestrijding van vermoeidheid aangetoond.

Mogelijke oorzaken kunnen zijn:

  • Lichamelijke vermoeidheid.
  • Mentale of emotionele vermoeidheid.
  • Verminderde interesse en motivatie.

De behandeling van vermoeidheid is complex en heeft indien mogelijk tot doel het wegnemen van de onderliggende oorzaken.

Daarbij kan een multidisciplinaire aanpak gewenst zijn. De combinatie van begeleiding voor voeding en beweging wordt vaak aangeboden in het traject rondom kanker. Steeds meer studies geven aan dat een dergelijke aanpak effectief is tegen klachten van vermoeidheid.

Aandachtspunten:

  • Ga na wat de ernst van de vermoeidheid is en op welk moment van de dag de vermoeidheid het ergst is.
  • Leg uit dat vermoeidheid onder andere wordt veroorzaakt door ziekte en behandelingen en dat voldoende rust belangrijk is, maar dat ook lichaamsbeweging goed is en een voorwaarde voor spierbehoud en spieropbouw. Bespreek dat alleen rust het probleem niet vermindert, maar juist verergert.
  • Bespreek dat een volwaardige voeding noodzakelijk is voor een goede spieropbouw en zonodig aanvulling van tekorten.
  • Stimuleer de patiënt om zoveel mogelijk actief te blijven en bespreek dat ziekte geen reden hoeft te zijn om met beweging en training te stoppen. Wijs op revalidatieprogramma’s onder deskundige begeleiding en overleg met de arts of oncologisch fysiotherapeut over de mate van inspanning.
  • Bespreek of verwijs naar de mogelijkheden voor hulp bij de voedselbereiding en in de huishouding, en stimuleer de patiënt om hulp te accepteren en taken te delegeren.
  • Adviseer de vermoeidheid te accepteren op het moment dat die optreedt en bedenk met de patiënt mogelijke oplossingen.
  • Wanneer de patiënt aangeeft moeite te hebben met beweging en het blijven bewegen, verwijs dan door naar de (oncologisch) fysiotherapeut.
  • Als slechte de vermoeidheid tot gewichtsverlies leidt, verwijs dan door naar de diëtist.
  • Bespreek met de patiënt deze voedingstips en geef ze eventueel mee. De voedingstips kunt u hier vinden: http://www.voedingenkankerinfo.nl/voedingstips-bij-vermoeidheid/.