Artikel hinderlijke slijmvorming

Het is onvoldoende duidelijk wat de lange termijneffecten zijn van glutaminegebruik op de tumor. Glutamine lijkt een gunstige invloed te hebben op de behandeling van mucositis (slijmvliesontsteking) na chemotherapie of bestraling. Glutamine is echter ook een voedingsbron voor snel-delende cellen zoals tumorcellen. Daarom is het onzeker of het veilig is om glutamine te gebruiken als behandeling van mucositis bij kanker.

Wat is glutamine?

Glutamine is een aminozuur. Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Glutamine is een niet-essentieel aminozuur. Dit betekent dat het lichaam dit aminozuur zelf kan maken uit andere aminozuren onder normale omstandigheden. Glutamine fungeert als energiebron voor cellen die snel delen, zoals witte en rode bloedcellen. Glutamine is een belangrijk aminozuur voor het onderhoud en herstel van het maagdarmkanaal. Het lijkt het erop dat glutamine bij ernstig zieke patiënten wel een essentieel aminozuur is. Dit betekent dat het lichaam van ernstig zieke patiënten zelf niet voldoende glutamine kan maken. De behoefte is bij ernstig zieke mensen hoger om de schade en ontregeling door ziekte te herstellen en glutamine moet daarom in hun voeding voorkomen of als preparaat worden toegediend. Tumorcellen kunnen snel en langzaam delend zijn. Snel delende agressieve tumorcellen zouden glutamine als voedingsbron kunnen gebruiken. Glutamine kan dus zowel gunstige als ongunstige effecten hebben.

Gunstig effect glutamine op mucositis

Tijdens behandeling met chemotherapie en bestraling raken de snel delende cellen van het slijmvlies van het maagdarmkanaal beschadigd. Daardoor kan een ontsteking van de slijmvliezen van het maag-darmkanaal ontstaan. Dit wordt mucositis genoemd. Mucositis is bij bestraling plaatselijk en treedt alleen op, op de plaats die wordt bestraald b.v. de mond, slokdarm of de darm. Bij chemotherapie kan het hele maagdarmkanaal van mond tot endeldarm zijn aangetast. Mucositis veroorzaakt, afhankelijk van de plaats en ernst van de ontsteking, pijn, slikklachten en diarree. Verschillende artikelen waarin de tot nu toe bekende wetenschappelijke informatie over het effect van glutamine op mucositis verzameld is, beschrijven dat er gunstige effecten waargenomen worden bij patiënten die glutamine slikten. Deze patiënten hadden minder lang last van mucositis na bestraling of na chemotherapie.

Voor tips wat te doen bij een pijnlijke mond: kijk bij Wat kan ik het beste eten bij pijn in de mond of keel? Voor adviezen bij diarree kijk bij Ik heb diarree, wat nu?

Tumorcellen hebben glutamine nodig

In 2013 heeft de Mucositis Studie Groep een artikel gepubliceerd waarin wordt beschreven dat het niet mogelijk is om een richtlijn op te stellen voor het gebruik van glutamine bij mucositis door chemotherapie en bestraling. In de jaren daarvoor hadden zij een richtlijn ontwikkeld waarin stond dat glutamine niet via de bloedbaan toegediend mocht worden in verband met enorme bijwerkingen. Er zijn sindsdien drie kleine onderzoeken geweest waarbij geen ernstige bijwerkingen optraden na glutamine toediening in de bloedbaan. Omdat deze studies zo klein zijn, kan de Mucositis Studie Groep nu geen uitspraak doen over het wel of niet gebruiken van glutamine bij mucositis. Bovendien hebben snel-delende tumorcellen glutamine nodig voor de tumorgroei. Onderzoek met kankercellen van vrouwen met eierstokkanker laat zien dat cellen van vrouwen met een agressieve vorm van deze kanker wel reageerden op glutamine, Deze cellen gebruikten de glutamine en groeiden dus harder. Cellen van een minder agressieve vorm reageerden niet op glutamine. Meer onderzoek is nodig om duidelijker te krijgen welke soorten kanker in hun groei gevoelig zijn voor glutamine.

Bij een aantal studies waar kleine groepen patiënten gevolgd zijn die wel of geen glutamine kregen voorafgaand en tijdens bestraling of chemotherapie, is gekeken of glutamine de groei van de tumor beïnvloedt. Dit was niet het geval. Ook werd er geen verschil gezien in de overleving en de manier waarop de tumor reageerde op de behandelingen. Er is echter meer onderzoek nodig bij grote groepen mensen op de langere termijn.