voedingenkankerinfo - peterselieEr zijn geen goede wetenschappelijke studies gedaan bij mensen naar het effect van peterselie op de tumorgroei. Daar kan dan ook geen uitspraak over worden gedaan. Maar gezien de manier en hoeveelheid waarop peterselie in de voeding gebruikt wordt is enig effect erg onaannemelijk.

 

 Wat is er mogelijk bijzonder aan peterselie?

Studies laten zien dat de kans op het krijgen van sommige vormen van kanker afneemt bij een hoge consumptie van groente en fruit. Flavonoïden zijn hier mogelijk mede verantwoordelijk voor.. Deze stoffen werken als antioxidant en geven groente en fruit hun kleur. Er zijn heel veel verschillende soorten flavonoïden, die allemaal een verschillende werking hebben. Ook komen deze in verschillende voedingsmiddelen voor. Variatie in de voeding wordt daarom aanbevolen voor een gunstig effect. De stof apigenine valt ook onder de flavonoïden en is te vinden in sinaasappels, broccoli, selderij, uien, olijven, kamillethee, sommige kruiden, en ook in peterselie.

Peterselie en kanker

Naar het effect van peterselie op tumorgroei is geen onderzoek gedaan. De werking van concentraten van de stof apigenine is onderzocht bij proefdieren en in reageerbuisjes. Daar lijken hoge doses apigenine in staat te zijn om tumorgroei te remmen. En zijn er aanwijzingen dat apigenine de aanmaak van nieuwe bloedvaten remt. De aanmaak van nieuwe bloedvaten is nodig voor de tumor om een groter wordende tumor ook in de kern van voedingsstoffen en zuurstof te blijven voorzien. Ontbreken deze bloedvaten, dan kan de tumor niet groeien. Het is echter praktisch niet haalbaar om een eventueel werkzame hoeveelheid apigenine binnen te krijgen. Men zou daarvoor enorme hoeveelheden peterselie moeten eten.

Meer onderzoek nodig

De verschillende mechanismen waardoor apigenine een bijdrage zou kunnen leveren bij de preventie en behandeling van kanker zijn afkomstig van onderzoek met concentraten bij proefdieren of in reageerbuisonderzoek. Onderzoek met mensen ontbreekt.

Zowel onderzoek bij dieren als in reageerbuisjes kunnen niet worden vertaald naar de mens, omdat stoffen in het menselijk lichaam zich heel anders gedragen en de reacties heel anders kunnen zijn dan bij proefdieren of in reageerbuisjes. Bovendien kregen de proefdieren de apigine vaak niet met het voer binnen, maar met een injectie in een bloedvat. Op basis van deze studies kunnen geen conclusies voor mensen worden getrokken.

Peterselie wordt in de voeding in kleine hoeveelheden gebruikt als smakelijk en kleurig kruid en dat is prima. De hoeveelheden apigenine die men dan binnenkrijgt, zijn verwaarloosbaar klein.