Het is vermoedelijk geen probleem om visolie bevattende sondevoeding te blijven gebruiken 24 uur voor tot 24 uur na toediening van chemotherapie omdat dergelijke sondevoedingen maar heel weinig PIFA’s bevatten. Dat is echter niet met absolute zekerheid te zeggen omdat er geen specifiek onderzoek naar visolie bevattende sondevoeding en chemotherapie is gedaan. Het is ook niet bekend of en hoeveel PIFA’s in het lichaam worden gevormd op basis van sondevoeding met visolie. Er zijn wel studies die een gunstig effect vinden van visolie op gewichtsbehoud, behoud van spiermassa en kwaliteit van leven tijdens de behandeling van kanker, maar die hebben niet gekeken naar een effect van visolie op de werkzaamheid van platine bevattende cytostatica.

Herhaling van het standpunt gebruik visolie en chemo

In een aantal studies is gezien dat het gebruik van vette vis of visolie bepaalde waarden van vetzuren in het bloed kan laten stijgen, de zogeheten Platinum Induced Fatty Acids (PIFA’s). Deze verhoogde waarden kunnen mogelijk een aantal soorten chemotherapie minder werkzaam maken. Dit zou een ongunstig resultaat kunnen geven over de totale behandeling. Er is echter nog veel onderzoek nodig om hierover een conclusie te kunnen trekken. Voor nu is het advies om het risico te beperken en tijdelijk vette vis en visoliesupplementen te vermijden rondom het gebruik van chemotherapie met platinum verbindingen.

Meer informatie kunt u hier vinden:

http://www.voedingenkankerinfo.nl/mag-ik-vis-eten-en-visolie-gebruiken-bij-chemotherapie/

Sondevoeding en PIFA’s

Niet alle sondevoedingen bevatten visolie, maar er zijn sondevoedingen op de markt die verrijkt zijn met visolie. Als reden voor deze verrijking wordt doorgaans een mogelijk gunstig effect van de visvetzuren EPA (20:5) en/of DHA (22:6) op de voedingstoestand aangegeven. Voor een mogelijk negatief effect op platinabevattende chemo en Irinotecan is het gehalte aan PIFA’s (16:4) in het bloed van belang. Het gaat daarbij dus niet om EPA (20:5) en of DHA (22:6) want die geven geen ongunstig effect op chemo. Het gehalte aan PIFA’s in visolie bevattende sondevoeding is laag, veel lager dan in visolie, visolie-supplementen en vette vis. Het is echter geen stabiel product en de vetzuurwaarden kunnen van batch tot batch verschillen. Het is verder ook niet bekend of en hoeveel PIFA’s in het lichaam worden gevormd op basis van sondevoeding met visolie.

Continuering van sondevoeding?

Wanneer bij een patiënt is gekozen voor een sondevoeding met visolie, lijkt er geen bezwaar te zijn tegen continuering van deze sondevoeding tijdens chemotherapie vanwege het lage PIFA-gehalte in sondevoeding. In theorie kan ook tijdelijk worden gekozen voor een sondevoeding zonder visolie.

Sondevoeding onderbreken dan wel niet voeden vanwege een mogelijk negatief effect op de werkzaamheid van de chemotherapie lijkt vooralsnog geen goed idee gezien het gunstige effect van sondevoeding op de voedingstoestand, zeker bij patiënten die van sondevoeding afhankelijk zijn. Niet voeden doet bij hen meer kwaad.

Bronnen:

Houthuijzen, J. M., Oosterom, I., Hudson, B. D., Hirasawa, A., Daenen, L. G., McLean, C. M., … & Roodhart, J. M. (2017). Fatty acid 16: 4 (n-3) stimulates a GPR120-induced signaling cascade in splenic macrophages to promote chemotherapy resistance. The FASEB Journal31(5), 2195-2209.

Daenen, L. G., Cirkel, G. A., Houthuijzen, J. M., Gerrits, J., Oosterom, I., Roodhart, J. M., … & Voest, E. E. (2015). Increased plasma levels of chemoresistance-inducing fatty acid 16: 4 (n-3) after consumption of fish and fish oil. JAMA oncology1(3), 350-358.

Murphy, R. A., Clandinin, M. T., Chu, Q. S., Arends, J., & Mazurak, V. C. (2013). A fishy conclusion regarding n-3 fatty acid supplementation in cancer patients. Clinical nutrition32(3), 466-467.

Roodhart JML, Daenen LGM, Stitger ECA, Prins H-J, Gerrits J, Houthuijzen JM, et al. Mesenchymal stem cells induce resistance to chemotherapy through the release of platinum-induced fatty acids. Cancer Cell 2011;20:370e83.