Voeding en Kanker info - wetenschap over suikerEr wordt vaak gezegd dat suiker de tumor laat groeien. Hiervoor is echter geen wetenschappelijk bewijs. Natuurlijk gebruikt een tumor voedingsstoffen, zoals alle lichaamsweefsels. Maar er zijn geen betrouwbare aanwijzingen dat suiker in de voeding aan extra groei van de tumor bijdraagt.

Wel kan het gebruik van suiker en producten waar suiker aan is toegevoegd gemakkelijk leiden tot overgewicht. Overgewicht verhoogt het risico op terugkeer van de tumor en kan ook het verloop van de ziekte verslechteren. Dat zijn goede redenen om het gebruik van suiker te beperken. Maar bij een slechte voedingstoestand, onbedoeld gewichtsverlies en slechte eetlust als gevolg van ziekte of behandeling kan het gebruik van suiker nuttig zijn om een goed gewicht te behouden.

Wat is suiker?

Suiker behoort, met zetmeel, tot de koolhydraten. Koolhydraten zijn voedingsstoffen die energie leveren aan het lichaam, net als eiwitten en vetten. Een koolhydraat bestaat uit één of meer suikermoleculen, de sachariden. Je kunt koolhydraten indelen naar het aantal suikermoleculen waaruit ze bestaan. Zo onderscheiden we de monosachariden, disachariden, oligosachariden en polysachariden. Monosachariden (zoals glucose of fructose) bestaan uit één suikermolecuul. Disachariden (zoals suiker uit de suikerpot en melksuiker) bestaan uit twee suikermoleculen. Polysachariden (zoals zetmeel) bestaan uit lange ketens met suikermoleculen.

Voeding en Kanker info - rietsuikerSuiker of sacharose komt van nature voor in suikerriet en suikerbiet. Hieruit wordt kristalsuiker (suiker in de suikerpot), basterd- en poedersuiker en stroop gemaakt (geraffineerd). Van nature komen ook andere suikers voor in melk en melkproducten (melksuiker of lactose) , fruit en vruchtensappen (vruchtensuiker of fructose) en honing (fructose en glucose of druivensuiker). Al deze suikers smaken zoet. Suikers worden in veel producten verwerkt. Niet alleen in zoete levensmiddelen zoals koek, snoep, gebak, jam, hagelslag, toetjes, frisdrank en limonade. Maar ook in producten waarin je het niet zo gauw zou verwachten als soep, saus, mayonaise, ketchup en kant-en-klaar producten. Op de verpakking staat of en welke suikers zijn toegevoegd.

Wat is de glycemische index?

De glycemische index van een bepaald koolhydraat (suikers of zetmeel) is een maat voor de snelheid waarmee de bloedsuikerspiegel stijgt als iemand dat koolhydraat heeft gegeten. Alle koolhydraten, zowel suikers als zetmeel, worden afgebroken en komen als glucose in het bloed. Producten met koolhydraten die snel worden afgebroken tijdens de spijsvertering en hun glucose snel afgeven in de bloedbaan hebben een hoge glycemische index, terwijl producten met koolhydraten die langzaam afbreken en hun glucose geleidelijk aan het bloed afgeven een lage glycemische index hebben. Producten met een hoge glycemische index zijn onder andere witte rijst, wittebrood, patates frites, druivensuiker, suikerhoudende frisdranken, cornflakes. Koolhydraten met een lage glycemische index zitten onder andere in peulvruchten, bruine rijst, groenten en fruitsoorten, volkorenbrood en roggebrood, melk.

Aardappels, rijst, maïs en granen bevatten van nature zetmeel. Brood, beschuit, koek, pasta, quinoa, muesli e.d. zijn daarom rijk aan zetmeel. Zetmeel bestaat uit lange suikerketens (zonder zoete smaak). Alle koolhydraten, dat wil zeggen alle soorten suikers en zetmeel, worden in de darm afgebroken tot glucose, een stof die in het bloed kan worden opgenomen en dan bloedsuiker wordt genoemd. Zetmeel wordt om die reden soms ook suiker genoemd, maar dat is onterecht en verwarrend. Als men het in de volksmond over suiker heeft, wordt de suiker in de suikerpot bedoeld.

De glycemische lading (of glycemische last) van een voedingsmiddel geeft aan hoeveel de bloedsuikerspiegel stijgt na het eten van ‘de gemiddelde portie’ van het koolhydraat. Wanneer de dubbele hoeveelheid gegeten wordt, dan verdubbelt ook de glycemische lading. De glycemische lading van een voedingsmiddel is een uitstekende manier om te vergelijken hoeveel de bloedsuikerspiegel stijgt na het eten van bijvoorbeeld een portie wortelen (100 gram), of een portie suiker uit de suikerpot (10 gram). De glycemische lading van 100 gram gekookte wortelen is slechts 6, terwijl de glycemische lading van 10 gram tafelsuiker 7 is. De bloedsuikerspiegel stijgt dus ongeveer net zo veel van 100 gram wortelen als van 10 gram suiker. Lees meer hierover bij het Voedingscentrum.

Kan suiker de tumor extra laten groeien?

Zoals alle lichaamsweefsels gebruikt ook een tumor voedingsstoffen om in stand te blijven dan wel te groeien, vooral glucose uit het bloed (bloedsuiker). Er zijn maar heel weinig goede studies die het effect van suiker in de voeding op de groei van de tumor hebben onderzocht. Suiker heeft een hoge glycemische index plus een hoge glycemische lading. Dat wil zeggen dat al een kleine portie suiker het bloedsuikergehalte snel kan verhogen. Het is de vraag of deze twee eigenschappen van suiker een verband hebben met extra tumorgroei.

Wetenschappelijke studies

Suiker is geen nieuw onderwerp in kankeronderzoek. Regelmatig worden er studies gepubliceerd over het mogelijke effect van suiker op de groei van een tumor. Veel van deze studies zijn in reageerbuizen, in gistcellen of bij muizen uitgevoerd. In 2016 is een onderzoek bij muizen gepubliceerd dat aangeeft dat wanneer men de omzetting van suiker in glucose in het lichaam weet te hinderen, de omvang van de tumor afneemt. Hierbij werden de muizen niet op dieet gezet, maar kregen zij een injectie waardoor de suiker in beperkte mate bij de kankercellen kon komen. Deze resultaten zijn echter niet te vertalen naar het menselijk lichaam, omdat het lichaam van een muis te veel verschilt met dat van een mens. Daarbij is het niet mogelijk om dergelijke injecties te geven aan mensen.

In een studie waaraan ruim 1000 patiënten deelnamen met dikke darm kanker, die na de operatie chemotherapie kregen, werd de invloed van de glycemische lading, de glycemische index, de inname van fructose en de totale inname van koolhydraten onderzocht. De onderzoekers wilden weten of deze factoren invloed hadden op de terugkeer van de tumor en het risico op overlijden. In deze studie werd een verband gevonden tussen een voeding met een hoge glycemische lading of een voeding met een hoge hoeveelheid aan koolhydraten en een hoger risico op overlijden of de terugkeer van de dikke darm tumor. Dit verband werd hoofdzakelijk gezien bij mensen met overgewicht (BMI ≥ 25). Hierdoor is het moeilijk om te beoordelen of het ongunstige effect op de ziekte wordt veroorzaakt door de suikers of door het overgewicht.

Set of refreshing soda drinks in metal cansIn dezelfde studie is ook gekeken naar het verband tussen het gebruik van suikerrijke dranken en het risico op overlijden of terugkeer van de tumor. Resultaten lieten een verband zien tussen een hogere inname aan suikerrijke dranken en een hoger risico op terugkeer van de dikke darm tumor en risico op overlijden. Dit verband was sterker in de groep patiënten met zowel overgewicht (BMI ≥ 25) als weinig fysieke activiteit. Ook hierbij is het moeilijk om aan te geven of het ongunstige effect nu wordt veroorzaakt door de suikerrijke dranken of door het overgewicht en te weinig lichaamsbeweging.

Een andere studie bij bijna 700 vrouwen met borstkanker, zowel voor als na de overgang (menopauze), heeft onderzocht of er een verband bestaat tussen de inname van koolhydraten, de glycemische index en de glycemische lading enerzijds en de prognose van deze vrouwen met borstkanker anderzijds. De onderzoekers vonden in deze studie wél een zwak verband tussen een hoge glycemische index en een hogere algemene sterfte, een hogere sterfte aan borstkanker en een hoger risico op het terugkomen van de borstkanker. Er is geen verband gevonden tussen de glycemische lading of de totale inname aan koolhydraten.

Recent is er een nieuw onderzoek gepubliceerd door Vlaamse onderzoekers, waarin zij probeerden na te gaan of suiker nu inderdaad een effect heeft op de tumorgroei of de tumor een effect op de omzetting en gebruik van suikers in het lichaam. Zij maakten gebruik van gistcellen in reageerbuizen, die qua groei vergelijkbaar zijn met kankercellen, daarna hebben ze de bevinden nogmaals getest in losse kankercellen. Hun experimenten wezen op een direct effect van suiker op mechanismen die de groei van cellen zou kunnen bevorderen. Of dit ook zo werkt in het menselijk lichaam zal nog moeten worden bewezen. In het lichaam zijn meerdere processen tegelijkertijd in werking en reageren op elkaar waardoor het niet met zekerheid is te zeggen dat de bevindingen in het laboratorium in het lichaam ook zo werken.

Is gebruik van suiker bij kanker slecht?

Er is vooralsnog geen reden om alle suikers heel rigoureus uit de voeding te verbannen om het ziektebeloop gunstig te beïnvloeden.

Het is het wél verstandig om het gebruik van suiker en suikerrijke producten te beperken als u een goed kunt eten of  als er overgewicht is of dreigt. Een voeding met veel suiker en suikerrijke producten kan gemakkelijk leiden tot overgewicht. Overgewicht kan het risico op terugkeer van kanker verhogen en de prognose verslechteren. Zie ook: ‘Heb ik door mijn overgewicht nu meer kans om nogmaals borstkanker te krijgen?’. De World Health Organization (WHO) adviseert om maximaal 10% van de totale energie behoefte aan suikers te gebruiken, om overgewicht en tandbederf te voorkomen. Met suikers bedoelt de WHO alle zoete suikers die toegevoegd zijn (frisdranken, snoep, koek, gebak) of van nature voorkomen (zoals in honing, siroop, vruchtensap). Dit advies betekent dat als je 2000 kcal per dag nodig hebt je 200 kcal aan suikers mag binnenkrijgen. Dat wil zeggen dat geen of heel beperkt gebruik gemaakt mag worden van suikerrijke frisdrank, vruchtensappen en snoeperijen. De Nederlandse bevolking gebruikt gemiddeld meer dan het dubbele van het advies van de WHO.

Kun je suikers gewoon weglaten uit de voeding?

Suiker uit de suikerpot en zoete producten waaraan suiker is toegevoegd zoals frisdrank, chocola, snoep en gebak kunnen zonder problemen worden weggelaten uit de voeding. Deze producten leveren alleen energie (calorieën) maar geen andere voedingsstoffen. Het afwennen van een zoete smaak kan even duren, maar meestal wordt na een tijdje zonder toegevoegde suiker erg zoete voeding niet meer zo lekker gevonden. Als dat toch lastig blijkt kan suiker goed en veilig worden vervangen door zoetstof.

broodAndere suikers en koolhydraten kunnen niet zonder meer worden weggelaten uit de voeding. Iedere cel in het menselijk lichaam heeft glucose (=bloedsuiker) nodig om te groeien en te functioneren. Wanneer te weinig koolhydraten wordt gegeten zal het lichaam andere bronnen gebruiken om aan voldoende glucose te komen. Hiervoor kan het lichaam eiwit gaan gebruiken. Dat kan eiwit uit de voeding maar ook eiwit van het eigen spierweefsel zijn. Te weinig glucose in het bloed leidt tot afbraak van spierweefsel waardoor de conditie en de kracht van het lichaam achteruit gaan. Als erg weinig koolhydraten worden gebruikt, kan ook een zogenaamd ketogeen effect optreden: er worden vooral vetten verbrand waardoor veel vetzuren ontstaan. Dat is bij kanker niet altijd veilig (zie ook ‘Kan een ketogeen dieet de groei van kwaadaardige tumoren vertragen?’). Bovendien bevatten producten met koolhydraten zoals fruit, brood, granen, bonen en melk(producten) veel andere belangrijke voedingsstoffen zoals vezels, vitamines en mineralen. De Gezondheidsraad geeft als advies om niet minder dan 40% van je energiebehoefte aan koolhydraten te eten, dit om de afbraak van lichaamseiwit (spierweefsel) tegen te gaan. Dat betekent dat je als je 2000 kcal nodig hebt je 800 kcal aan koolhydraten moet gebruiken. Dit is minimaal 200 gram koolhydraten. In een goede voeding wordt daarom aanbevolen dagelijks gebruik te maken van brood, aardappelen, rijst of pasta, groente, fruit en melk of melkproducten (zie Aanbevelingen).

Suiker bij slechte eetlust en gewichtsverlies

Als er sprake is van slechte eetlust waardoor je veel te weinig kunt eten, bij een laag lichaamsgewicht of bij snel ongewild gewichtsverlies kan het gebruik van suiker en suikerrijke producten juist wél goed en effectief zijn. Als er met de gebruikelijke voeding te weinig calorieën binnenkomen, treedt gewichts- en spierverlies op. De conditie gaat dan achteruit. Juist omdat suiker zo calorierijk is, kan het goed zijn om extra suiker of suikerrijke producten te gebruiken om toch voldoende calorieën binnen te krijgen. Daardoor is de kans groter dat het gewicht behouden blijft en spierweefsel niet onnodig wordt afgebroken. Daarom komen suiker en suikerrijke gerechten voor in het advies om bij ziekte op gewicht te blijven als dat lastig is. Vaak wordt de zoete smaak bij ziek zijn meer gewaardeerd dan andere smaken en dat maakt het gemakkelijker om toch iets te eten (zie ook Wat kan ik doen als ik afval tijdens de behandeling?). Als met suiker wordt bereikt dat de behoefte aan koolhydraten wordt gedekt en het gewicht in de periode van ziek zijn en behandeling wordt behouden, is er geen reden om aan te nemen dat suiker het ziektebeloop ongunstig beïnvloedt.