vk-groene-E
E-nummers zijn die door de Europese Unie goedgekeurde stoffen die door fabrikanten aan voedingsmiddelen mogen worden toegevoegd. De toegestane stoffen hebben een ‘E’ nummer gekregen. Het zijn conserveermiddelen, kleur- geur- en smaakstoffen. Sommige E-nummers zijn kunstmatig, andere zitten van nature in de voeding. Een voorbeeld van dat laatste is E-nummer 300, dat we ook kennen als vitamine C.

E-nummers worden door fabrikanten aan voedingsmiddelen toegevoegd om de kwaliteit, de kleur of de houdbaarheid van producten te verbeteren. Het feit dat een stof een E-nummer heeft, betekent dat het een door de Europese Unie goedgekeurde stof is, maar zegt niets over de aard van de stof.

Kunstmatig of natuurlijk?

Een deel van de E-nummers komen niet van nature is ons eten en drinken voor en zijn kunstmatig, terwijl andere nummers van nature ook in ons eten en drinken voorkomen. E 330 is een voorbeeld van een natuurlijk e-nummer en staat voor citroenzuur. E-102 is kunstmatige gele kleurstof. Er is geen verschil in schadelijkheid van beide soorten E-nummers. Kunstmatige E-nummers worden alleen toegestaan als is aangetoond dat ze veilig zijn.

Niet nadelig

Sommige mensen zeggen dat E-nummers gevaarlijk zijn. Maar E-nummers worden alleen toegestaan als voldoende is aangetoond dat ze nuttig zijn, en dat ze niet nadelig zijn voor de gezondheid. Bovendien staat voor elk E-nummer vast hoeveel u maximaal per dag mag binnenkrijgen. De E-nummers die in ons voedsel zitten kunnen dus geen kwaad.

Een lijst van alle E-nummers met uitleg vindt u bij het Voedingscentrum.

Aspartaam is veilig

Aspartaam is een van de E-nummers die regelmatig onder vuur liggen. Een onderzoek van de Europese organisatie voor voedselveiligheid, EFSA, heeft aangetoond dat normaal gebruik van aspartaam veilig is. Om boven de veilige grens voor aspartaam uit te komen zou een volwassene van 75 kg 16 blikjes light frisdrank met die zoetstof per dag moeten drinken. De veiligheid is bevestigd in een grote overzichtsstudie uit 2015, waar geen gevaar werd gezien voor knaagdieren, en een overzichtsstudie van bijna 600.000 mensen, waar normaal gebruik ook veilig bleek.