Dat is lastig te zeggen. Hoe lang het duurt voordat je je smaak weer terugkrijgt na de behandeling is onder andere afhankelijk van het type chemokuur en de dosis en/of plaats van bestraling. Het herstel van smaak is in het eerste jaar na de behandeling over het algemeen het grootst. In het tweede jaar kan ook nog verbetering worden ervaren. Na deze periode is verder herstel minimaal. Smaakverandering kan in sommige gevallen ook blijvend zijn.

Er kunnen grote verschillen zijn tussen personen. Bij de een komt na behandeling van kanker de smaak sneller en vollediger terug dan bij de ander. Bovendien kan smaakverlies en smaakverandering opnieuw optreden in de periode van herstel wanneer er sprake is van koorts zoals griep, longontsteking en infecties. Na een operatie kan de smaak ook een tijdje verstoord zijn door schade aan sensorische zenuwen. Bij kanker kan het ziekteproces zelf ook (weer) smaakveranderingen veroorzaken.

Chemotherapie en smaakverandering

Chemotherapie heeft invloed op de mate van smaakverandering. Uit een onderzoek bij vrouwen met borstkanker die chemotherapie kregen na een operatie bleek dat met name de eerste 5-7 dagen na de kuur een metaalsmaak werd ervaren. In de derde week na de kuur was de metaalsmaak verdwenen, maar smaakte alles ‘vlak’. Zes maanden na de laatste kuur gaf geen van de vrouwen nog aan dat er smaakveranderingen waren.

Uit een andere studie bij vrouwen met borstkanker bleek dat 20% van de vrouwen die chemotherapie kregen na een operatie en 16% van de vrouwen die alleen een operatie hadden gehad last hadden van een verminderde smaak. Na een jaar was er slechts een klein verschil in smaakveranderingen tussen deze groepen vrouwen. Geen van de vrouwen die chemotherapie hadden ondergaan, had na zes maanden nog last van een metaalsmaak.

In een andere studie werden mensen met verschillende soorten kanker geïnterviewd. Hieruit kwam naar voren dat de smaak na de laatste behandeling weer normaal werd; dit duurde 3 dagen tot 14 weken. Tot één à twee jaar na de chemotherapie kan er een verbetering worden verwacht. Na deze periode is verder herstel van smaak minimaal.

Ook het type chemotherapie heeft invloed op de mate van smaakverandering. Een studie uit 2017 laat zien dat chemotherapie met als bestanddeel taxanen of platina doorgaans vaker problemen met smaak geven dan chemotherapieën die deze bestanddelen niet hebben. In deze studie is een steekproef genomen van 289 mensen met kanker die tenminste één chemotherapie hebben ontvangen. De soorten kanker waren divers, daardoor kon goed gekeken worden naar de verschillende chemokuren. De deelnemers kregen een vragenlijst over smaakverandering tijdens de behandeling.

Radiotherapie en smaakverandering

Smaakveranderingen komen voor bij een derde van de patiënten die bestraald zijn. Smaakverandering en smaakverlies door bestraling treden met name op bij bestraling in het hoofd-halsgebied. Bij bestraling van de tong worden de smaakpapillen beschadigd en bij bestraling van de neus wordt de reuk minder, en daardoor ruik en proef je minder goed.

Bij een droge mond wordt de smaak ook minder omdat sommige voedingsmiddelen droog vrijwel geen smaak hebben en alleen hun smaak afgeven met vocht.  Als er ontstekingen in de mond optreden overheerst vaak een vieze smaak.

Bij bestraling andere soorten kanker, zoals borstkanker, zal smaakverlies en smaakverandering in veel mindere mate voorkomen dan bij hoofd-halskanker.  Patiënten die bestraald worden op het hoofd-halsgebied met een bestralingsdosis van 15 – 30 Gray hebben al last van een verminderde smaak. Bij een bestralingsdosis van 60 Gray of hoger in het hoofdhals-gebied treedt er bij vrijwel alle patiënten totaal smaakverlies op: zij proeven vrijwel niets meer. Bij patiënten met kanker in het hoofdhalsgebied geeft 88% aan dat zij één smaak (zoet, zout, zuur of bitter) verminderd of anders waarnemen na bestraling. Bij borstkanker ligt dit rond de 21%. Het verlies van smaak voor zoet en zout komt het meeste voor.

In het eerste jaar na de behandeling treedt doorgaans een geleidelijke verbetering van smaak op. Tot twee jaar na de behandeling kan nog een verbetering worden ervaren. Bij een dosis van 40 – 50 Gray is er een grote kans op blijvende schade aan de speekselklieren. Dit kan leiden tot een blijvende droge mond of een overmatige slijmproductie en een blijvende verminderde smaak.

Voor tips en adviezen om hier mee om te gaan kun je kijken op:

Wat kan ik doen als ik last heb van slijmvorming in de mond of keel

Wat kan ik doen als ik last heb van een droge mond

Voedingstips bij smaak en reukveranderingen

Lees ook:
Is het normaal dat de smaak verandert?

Vond je dit artikel interessant en wil je op de hoogte gehouden worden van de nieuwste ontwikkelingen over voeding en kanker? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief:
Ja, ik wil me graag aanmelden